Verhaal · 18 mei 2026
De juiste aandacht
Het was geen eenzaamheid. Dat woord paste niet bij wat hij voelde. Mannen van zijn leeftijd zijn niet eenzaam. Ze missen alleen een bepaald soort aandacht en zijn vergeten welk.
Een paar maanden eerder dacht hij dat een gewone vrouw het zou oplossen. Hij had het geprobeerd. Twee keer. Beide keren had hij na drie weken dezelfde vermoeidheid teruggevoeld, een vermoeidheid die voortkwam uit het onderhandelen over wie wat zou zijn voor wie. Hij wilde geen onderhandeling. Hij wist alleen niet wat hij dan wel wilde.
Daarna probeerde hij wat een vriend hem aanraadde. Gewoon eens uitgaan, een hotelbar in de stad, een glas of twee. Het idee daarvan was interessanter dan het uitvoeren ervan. De eerste avond had hij niemand aangesproken. De tweede avond had hij iemand aangesproken die zo nieuwsgierig was naar zijn werk dat zij hem na een half uur als materiaal voor een gesprek leek te zien. De derde avond had hij geluisterd naar een gesprek dat hij niet wilde voeren en was vroeg naar huis gefietst.
Dagen daarna bleef dat gevoel hangen. Wat hij miste, leek het, was niet dat iemand hem koos. Het was dat hij niet hoefde te kiezen of hij gekozen werd. Hij wilde dat iemand een avond met hem doorbracht zoals een avond met iemand wordt doorgebracht. Punt. Zonder de fase ervoor en de fase erna.
Toen hij dat eenmaal in stilte voor zichzelf had geformuleerd, kwam de rest vanzelf. Niet meteen. Eerst nog een paar weken waarin hij zich afvroeg of dit een wens was die je zou moeten hebben. Daarna een avond op de bank waarbij hij de juiste woorden in een zoekbalk typte en uitkwam bij iets wat een vergunning had, in zijn eigen stad, sinds 1986. Een privéhuis in Amsterdam. Niet ergens ver weg, niet ergens vaag, niet iets wat hij voor zichzelf nog kon ontkennen.
Hij had die avond niets gedaan met wat hij had gevonden. Alleen het adres in een tabblad laten staan.
Twee maanden lang.
Op een dinsdag, na een diner waarbij niemand zijn antwoorden had onthouden, liep hij de Overtoom op. Bij nummer 294 belde hij aan.
Een net geklede gastheer deed open en sprak zijn naam alsof hij hem al verwachtte. Hij bestelde zijn favoriete drank. Zwart en goud. Een leren bank. Geen haast. Geen druk. Wel duidelijkheid.
En dan zij. Ze kwam naast hem zitten zoals iemand naast je gaat zitten die ook echt naast je wil blijven.
Ze vroeg hoe zijn dag was geweest. Niet uit beleefdheid. Ze luisterde. Hij vertelde haar over zijn middag, over de hond van een collega, over een gesprek dat hem had geërgerd. Ze lachte op de juiste momenten. Ze raakte zijn pols aan toen hij iets vertelde over zijn vader.
Pas een half uur later vroeg ze zachtjes wat hij vanavond had willen tegenkomen. Hij wist eindelijk hoe hij het moest zeggen.
Wat daarna gebeurde laat zich niet beschrijven zonder het kleiner te maken. Maar dit wel: gezelschap, op de juiste manier gegeven, is een dienst. Een sexclub in Amsterdam, vergund sinds 1986, op de Overtoom. Hij begreep die zin nu pas.
Het bleef niet bij die ene avond.